In de Lean wereld zijn enkele metrics van groot belang. Omdat er nogal eens verwarring over deze begrippen bestaat, ga ik in dit stukje in de gebruikelijke Jip en Janneke stijl de begrippen de revu laten passeren.

Situatieschets

Ik heb een bedrijfje dat deuren verft. Als ik in mijn eentje een deur verf, ben ik er een uur mee bezig, een half uur voor de voorkant en een half uur voor de achterkant. De werktijden zijn 8 uur per dag (we nemen wel pauze maar dat valt buiten deze 8 uur). Mijn gemiddelde klantvraag per week is 100 oftewel mijn klant wil graag 100 geverfde deuren per week ontvangen.

Als eerste de TT (Takttijd). Daar worden veel fouten mee gemaakt omdat we gewend zijn dingen uit te rekenen als kilometer per uur of meter per seconde. Bij de TT is het net andersom, ik moet dus niet uitrekenen hoeveel kilometer per uur maar hoeveel uur ik over 1 kilometer doe. Oftewel hoelang mag ik over 1 product doen. Het is belangrijk om je te realiseren dat dit ongeacht het aantal mensen is en of ik dat wel kan halen. Het is gewoon de vraag van de klant: doe er 100 per week. Ik werk 8 uur per dag en 5 dagen per week dus 40 uren. De TT is dan dus 40/100 = 0,4 uur (oftewel 0,4*60 = 24 minuten). Dat betekent dus dat ik elke 24 minuten een deur af moet hebben om aan de klantvraag te voldoen, om er na een week 100 af te hebben.

So far so good

Maar ik doe 1 uur (60 minuten) over 1 deur. Mijn BWT bewerkingstijd) is dan dus 60 minuten. De BWT is: hoelang doe je er in je eentje over om 1 deur te verven. Stel ik zou met 2 mensen aan die deur gaan verven, Ik doe de voorkant en mijn collega de achterkant. Dan zijn we dus na een half uur klaar. Wat is dan de BWT? Inderdaad nog steeds 1 uur (in mijn eentje doe ik er nog steeds 1 uur over). Maar de CT (cycle time) is half uur. De CT is dan dus: hoelang doen we er over met alle mensen die er aan werken. En inderdaad de CT = BWT / #FTE . Als ik de BWT deel door het aantal mensen krijg ik de CT. Als we met 3 mensen een deur verven (even los van of we elkaar in de weg lopen) zijn we 20 minuten bezig: 60 minuten gedeeld door 3 = 20 minuten). Je zou ook kunnen zeggen: hoe snel zijn we klaar met 1 deur: met z’n 3-en dus na 20 minuten dus elke 20 minuten stroomt er een deur uit ons procesje.

Tja, en meer is het niet. Mijn klant wil 100 deuren. De TT is 24 min. Mijn BWT is 60 min. ik zal dan dus met 60/24 = 2,5 FTE moeten gaan werken (alweer een formule die je niet uit te hoeft moet leren maar beredeneren: BWT/TT = #FTW.

In Lean streven we ernaar om te zorgen dat we de klantvraag halen. Dat betekent dat is graag wil dat TT gelijk wordt aan CT. In eerste instantie berekenen we dan met hoeveel mensen we moeten werken om aan de klantvraag te voldoen (zie boven). Vervolgens gaan we proberen om slimmer te werken. Door de BWT omlaag te krijgen (bijv. verspillingen elimineren zoals wachttijd) kunnen we dan met minder mensen toch aan de klantvraag voldoen.

Verder lezen over Lean metrics: OEE

Mogelijk is ook het artikel dat ik op linkedin heb geplaatst over OEE interessant om te lezen.